De recessie slaat steeds harder toe in Noord-Brabant. Het provinciale bedrijfsleven voelt de economische tegenwind op alle fronten, zo blijkt uit een terugkerend onderzoek van de Kamer van Koophandel Brabant.
'Of het nu gaat om omzet, export, personeelssterkte, productie, voorraad of de concurrentiepositie: op alle fronten is de positie van het Brabantse bedrijfsleven verder achteruit gegaan, aldus de Kamer van Koophandel.
De Brabantse conjunctuurbarometer geeft aan dat de economische prestaties met maar liefst 14% zijn afgenomen vergeleken met het eerste kwartaal van dit jaar.
De KvK Brabant peilt om de drie maanden de bedrijvigheid samen met onder meer het Centraal Bureau voor de Statistiek en werkgeversorganisatie VNO-NCW.
Uit het conjunctuuronderzoek blijkt dat ook het aantal faillissementen opnieuw is gestegen. Gingen in het eerste kwartaal vorig jaar 255 bedrijven failliet, dit jaar waren dat er 410.
Het aantal starters is daarentegen weer gedaald. In het eerste kwartaal van dit jaren waren er 4697 starters, een afname van 16% ten opzichte van de periode van vorig jaar (5564 starters). Als het gaat om het aantal faillissementen, is een stijging van maar liefst 61% te zien.
In het algemeen heeft vooral de economie in Zuidoost- en Midden-Brabant de hardste klappen gekregen. in deze regio zitten veel hightech-ondernemingen die toeleverancier zijn van Philips en oud-Philipsbedrijven als ASML. Dat maakt machines voor de productie van chips, en FEI, een producent van elektronenmicroscopen. 'Dit zijn technologische bedrijven die als eerste de klappen van de internationale conjunctuur voelen', aldus directeur Henk Rosman van de Kamer van Koophandel.
Des te frappanter is het, dat maatregelen die ondernemers treffen om de crisis te lijf te gaan, achterblijven bij het landelijke gemiddelde. In Brabant is 68% van het bedrijfsleven in actie gekomen. Het landelijke gemiddelde is 72%. De Kamer van Koophandel heeft geen verklaring voor de trage Brabantse reactie. Medewerkers van het meldpunt kredietcrisis van de KvK Brabant signaleren bovendien dat ondernemers vaak pas aan de bel trekken als het te laat is.
De bedrijven die maatregelen nemen tegen de economische malaise, kiezen meestal voor het afstoten van tijdelijk personeel of uitstel van investeringen. Welk instrument wordt ingezet, wisselt per sector. De industrie en horeca maken vooral gebruik van werktijdverkorting. De horeca kiest daarbij ook vaak voor uitstel of vertraging van investeringen. De groot- en detailhandel neemt maatregelen als kostenreductie. De bouw en transportsector kiezen voor het afstoten van tijdelijk personeel. Opvallend is dat de zakelijke dienstverlening - die het minst getroffen is door de crisis - het snelst afscheid neemt van het personeel in vaste dienst.
Als het gaat om sectoren hebben vooral de industrie en de transportsector het zwaar te verduren. Ruim 52% van de industriële bedrijven meldt een productiedaling. Opvallend is verder de grote malaise in de horeca. Ondernemers in deze bedrijfstak hebben het gemiddeld slechter getroffen dan de rest van het bedrijfsleven in Brabant. Zeven op de tien bedrijven geeft een verdere verslechtering aan. Met de detailhandel, de zakelijke diensten en de landbouw gaat het relatief goed.
Veel ondernemers vinden het nog steeds moeilijk om krediet te krijgen. Veel bedrijven noemen dit als het grootste probleem waar ze nu mee te kampen hebben.
Bron: Het Financieele Dagblad, www.fd.nl, 17 juni 2009