Het hof in Den Bosch beslist dat de leenverhouding tussen een vader en de bv van zijn zoons normaal en zakelijk was en tevens tussen gelieerde (met elkaar verbonden) partijen gebruikelijk is. De rente-inkomsten zijn bij de vader niet belast als resultaat uit overige werkzaamheden.
Vader verkoopt de aandelen in zijn bv’s aan de bv van zijn twee zoons. Deze laatste bv blijft de koopsom schuldig. Over de lening wordt overeengekomen dat een rente van 6% wordt betaald. Er wordt geen zekerheid gesteld en er is ook geen aflossingschema opgesteld.
De inspecteur is van mening dat er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling, en corrigeert de IB-aangifte van vader met € 88.413 aan resultaat uit overige werkzaamheden. Volgens Rechtbank Breda is er echter geen sprake van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling.
Hof 's-Hertogenbosch beslist dat de aangegane leenverhouding normaal en zakelijk was en tevens tussen gelieerde partijen gebruikelijk is. Volgens het hof was vader onder andere beter in staat dan de bank om de financieringsrisico’s te beoordelen. Hij had controle over de zekerheden en hij kende de aard van de cash flow en de ruime kapitalisering. Bovendien hield de bank nog een krediet van circa € 2 mln ter beschikking. Voordeel voor beide partijen
Hierbij overwoog het hof ook dat vader door de liquidatie van zijn bv over een grote som geld beschikte waarvoor hij nog een bestemming zocht. Door het uit te lenen aan de bv van zijn zoons realiseerde hij een rendement van 6% terwijl bijvoorbeeld de invorderingsrente in die periode 3% bedroeg. Omdat er voor beide partijen een voordeel was te behalen, was vader voor de bv van de zoons aantrekkelijker als financier dan een bank. Er is, volgens het hof dus geen sprake van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. De rente-inkomsten zijn bij vader dan ook niet belast als resultaat uit overige werkzaamheden.
Bron: Plein Plus, www.pleinplus.nl, 14 juni 2009 naar uitspraak Hof 's-Hertogenbosch, MK II, 3 april 2009, nr. 08/00322