Naar een artikel uit het Financieele Dagblad van vrijdag 27 juni jl. waarvoor aan dhr. mr. P.C.M. bossers van Transactus een reactie is gevraagd:
Als een Nederlandse onderneming in buitenlandse handen komt, dan het liefst in Belgische, Duitse of Engelse. Ook Scandinavische overnamepartners zijn populair, zo blijkt uit de FD-Nyenrode-monitor, een peiling onder Nederlandse ondernemers.
Partijen uit zuidelijker Europese landen zien de meeste ondernemers daarentegen niet zitten, onder meer vanwege de grotere culturele verschillen. In plaats van met Zuid-Europeanen gaan Nederlandse ondernemers daarom liever in zee met kopers uit Noord-Amerika, schrijft Het Financieele Dagblad.
Ondanks dat ondernemers gevraagd naar hun voorkeur voor een buitenlandse overname, kiezen voor Belgische, Duitse of Engelse bedrijven, komt dit in de praktijk zelden voor. Vooral omdat bij slechts een fractie van het totale aantal bedrijfsoverdrachten in het mkb een Nederlandse onderneming in handen komt van een buitenlandse partij, aldus Harry Helwegen, intermediair bij overnamebemiddelaar Diligence.
Helwegen vindt de voorkeur voor Belgen, Duitsers of Engelsen overigens ook geen terechte keuze. 'De Duitse mentaliteit verschilt enorm van de Nederlandse. Dat merk je al in de onderhandelingen. Nederlanders letten op grote lijnen. Duitsers nemen pas een beslissing als ze alle details kennen. Het kan gebeuren dat je veel werk verricht terwijl de transactie uiteindelijk niet doorgaat. Dat is flink balen.'
Paul Bossers, eigenaar van overnameadviesbureau Transactus in Eindhoven, stelt dat Nederlandse ondernemers ook te snel denken dat ze een interessante overnamekandidaat zijn voor een buitenlandse partij. Bovendien speelt mee dat het voor kleinere bedrijven lastig is een geschikte overnamekandidaat op te sporen in het buitenland. De zoektocht naar een potentiële koper eindigt daarom vaak gewoon in Nederland, besluit Bossers.